Dory van Kampen

Een zinvolle dag

Het was heel stil op die vroege zondagochtend in april 2020. Heel Nederland was stil en dat besefte ik maar al te goed. ik besloot om die dag enkele uren in de natuur door te brengen. Den Treek een prachtig bosgebied  bij Oud Leusden waar ik al jaren kom, was mijn bestemming. Vroeg in de morgen vertrok ik van huis en al rijdend genoot ik van de natuur, van de stille wegen, het geasfalteerde bospad met aan weerszijde  bomen  die mij zou brengen naar de plek waar ik al eerder was geweest. Nadat ik mijn auto had geparkeerd op de parkeerplaats was het maar een korte wandeling naar het stukje bos waar de boom lag, de boom ooit geveld door een storm lag in een positie die uitnodigend was. En net als weken eerder streek ik met mijn hand over de kale stam,  verwijderde nog enkele stukjes bast die er nog op zaten en ging zitten. De nevelslierten die tussen de bomen hingen verdwenen langzaam en de aarde warmde op door de zon.

Ik hoorde in de verte een specht die in een boom aan het hakken was en waarschijnlijk een nestholte uithakte of op zoek was naar insecten. Ik keek gedachteloos naar mieren die tussen de resten van vergane bladeren een weg zochten naar hun bestemming. ik vond het fijn om op die plek te zijn op die stille zondagmorgen.

Tegen het middaguur ben ik daar weg gegaan, ik liep richting de weg en nog in de sfeer van de  heerlijke stilte die ik zojuist had ervaren,  hoorde ik stemmen.

Ik was daar niet zo blij mee, maar begreep dat ook anderen mensen de natuur kozen in deze tijd van corona. Een wereldwijde pandemie hield heel Nederland in de greep. De media hielden ons op de hoogte van de vele ziekenhuis opnames op de I.C.

Bij de weg aangekomen kwamen op gepaste afstand joggers mij tegemoet, even als wandelaars en fietsers. Allen op de ander en halve meter, afstand houden dat was de regel ons op gedragen door hogerhand.

Op een kruispunt  bleef ik staan en twijfelde of ik nog een wandeling zou maken of weer naar huis zou gaan.

Wat zal ik doen, waarheen?

Ik had nog een veilig thuis, hoe is het als je geen thuis meer hebt en je moet gaan zwerven.

Ik herinnerde mij een mooie tekst van een gezongen lied.

Gecomponeerd door;

 Ralph Vaughan Williams

 Het lied gaat over vertrek en vergankelijkheid.

Enkele regels wil ik jullie niet onthouden.

Nu het huis mijn thuis niet meer is, waarheen zal ik zwerven?

Door honger gedreven, ga ik alsmaar voort.

Koud blaast de wind over heuvels en heide:

De regen stort neer, en het dak is vervallen tot stof.

Bij wijze geliefd was de schaduw van mijn bladerdak,

een welgemeend welkom klonk steeds bij de deur-

mooie dagen van toen met door haardvuur aangelichte gezichten.

Al wandelend met de mooie zinnen van het lied nog in mijn hoofd was ik onbewust richting de parkeerplaats gelopen.

Ja, ik wilde naar huis, terug naar de beslotenheid van mijn kamer waar ik me goed kon vermaken

met lezen, luisteren naar muziek, om brieven en kaarten  te lezen van decennia terug.

 Terug naar mijn plek bij het raam in de kamer, weer zitten op de vertrouwde stoel, met de keuze wel of geen  glas wijn.

 De coronatijd, de eerste Lock down, heb ik als positief ervaren, het heeft mij dichter naar mijzelf gebracht.

Het heeft mij bewuster gemaakt dat veel dingen  onbelangrijk zijn, ik heb nagedacht over de vergankelijkheid van het leven, over vertrek  naar het onvermijdelijke dat ons allen te wachten staat.

Naar die stille, stille andere wekelijkheid.

Dory

Augustus 2020

Reacties gesloten.